Stage-Z

Voorbeeld monoloog – I am tired

Ik ben het zat
Een vrije bewerking van ‘I’m tired’ van Sahar Ishtiaque Ullah
Door Anouk Saleming

Vrouw (met hijab):
(vraagt aan iemand in het publiek, die geen hoofddoek draagt en er het liefst zo Nederlands mogelijk uit ziet:)

Waar kom je vandaan?
(..)
En waar kom je oorspronkelijk vandaan?
(..)
En je ouders?
Waar zijn je ouders geboren?
(..)
En je grootouders?
(..)
Ben je vaak verhuisd in je leven?
(..)
Wordt er vaak aan je gevraagd waar je vandaan komt?
(..)
En wie vertegenwoordig jij?
(..)
Ben je wel eens bij de IKEA geweest?
Vertegenwoordig je misschien iedereen die bij wel eens de IKEA wat heeft gekocht?
Of vertegenwoordig je liever iedereen die graag een huisje bij centerparks huurt?
Of iedereen met een flatscreen thuis?
Of iedereen die Eftelingzegels spaart bij de Albert Hein?
Uggs draagt?
Links stemt?
Vrijgezel is?
(..)
Of ben jij hier liever namens jezelf?

Ik ben het zat.
Om hier te staan namens alle moslims.
Om vragen te beantwoorden als:
‘Hé moppie, draag jij die hoofddoek uit vrije wil?’
Of: ‘Wat is je moedertaal?’
Om in de rij voor een ijsje aangesproken te worden door een jongen:
‘Waar kom je vandaan?’
Rotterdam.
‘Zit me niet te fucken. Als ik je vraag waar je vandaan komt, dan zeg je me waar je vandaan komt!’

Ik ben het zat.
Om mijn outfits zorgvuldig te kiezen om er representatief uit te zien.
Om benaderbaar en bescheiden over te komen en niet teruggetrokken en onderdrukt.
Terwijl het op sommige dagen veel gemakkelijker zou zijn om een linnen sjaal om te doen en een zwarte abaya over mijn pyjama aan te trekken.

Ik ben het zat.
Om stelling te nemen.
Om open deuren door te gaan.
Om een goed voorbeeld te zijn.
Om een slecht voorbeeld te zijn.

Ik ben het zat.
Om een kwart van de wereldbevolking te vertegenwoordigen, iedere keer als Geert Wilders met een uitspraak het journaal haalt.
‘Waarom haten jouw mensen ons?’
vraagt mijn buurvrouw op de trap.
‘Jouw mensen?
Sinds wanneer zijn mensen iemands bezit, mevrouw de Vries?
Ik bezit niemand.
Zie je niet dat ik hier voor je sta met een boodschappentas van de Dirk?
Met een prei en een pak rijst.
En niet met een zwaard en de Koran?’
Dat zeg ik niet.
Dat denk ik.
Want als ik het zeg, dan ben ik die boze moslim van hierboven.
Dan ben ik er weer één die zich niet kan beheersen.
Die veel te emotioneel is.

Op zo’n moment.
In het trapportaal.
In de supermarkt.
Op mijn werk.
Op straat.
De trein.
Dan verlang ik naar de kleinheid van de wereld.
Naar gewoon.
Naar een joggingbroek en een bord eten voor de tv.
Ik wil woorden niet meer zorgvuldig kiezen.
Ieder woord wegen en mooi verpakken alsof het chocola is.
Steeds meer woorden voor steeds minder dingen.
Al die woorden daar val ik tussendoor.
En van te veel chocola word ik misselijk.

Ik vertegenwoordig niemand.

En als ik eens een keertje flip en zeg:
Weet je wat?
Ik kom uit Rotter fucking dam!
Waar kom jij zelf vandaan, lul?
Dan heeft dat niks te maken met mijn religie.